keyware

Hoe creëren we toekomstbestendige plekken die bijdragen aan de kwaliteit van leven?

Het transformeren van plekken vraagt om een brede blik.

Het transformeren van plekken vraagt om een brede blik. Wij kijken verder dan de financiële en technische haalbaarheid. Als wij naar een plek kijken, die niet meer in de bestaande omgeving past, zien wij een fijne woon- en leefomgeving, een inspirerende werkplek of een mix van functies voor verschillende doelgroepen. We vinden het belangrijk dat plekken in dienst staan van de mensen die er wonen, werken, verblijven en recreëren.

We gaan naar een fundamenteel andere samenleving. Dat werd ook duidelijk op één van de PROVADA-dagen, toen de vraag ‘hoe creëren we toekomstbestendige plekken die bijdragen aan de kwaliteit van leven’ op onze stand centraal stond en we tijdens een rondetafelgesprek van de NEPROM deze vraag verder verkenden.

In 20 minuten van Amsterdam naar Groningen

Mobiliteitsvormen ontwikkelen zich snel. De hyperloop, die je in 20 minuten van Amsterdam naar Groningen brengt, is bijvoorbeeld dichtbij. Maar draagt een nieuwe mobiliteitsvorm als deze ook bij aan het interessanter maken van de krimpgebieden in Nederland als woongebied? Robin Berg denkt van niet: “De snelweg wordt er niet breder op”, zegt hij. “De onderliggende trend van wonen in de stad, wordt niet bepaald door mobiliteit of slechte bereikbaarheid, maar heeft met name te maken met dat mensen gewoon in steden willen wonen. Bovendien denk ik dat nieuwe mobiliteitsvormen de stad óók aantrekkelijker maken. Ik woon zelf in Utrecht en waar ik mij dagelijks zorgen om maak, is de lucht die mijn kinderen inademen. Dát zou voor mij een reden zijn om uit de stad weg te gaan.”

“Het woord ‘eengezinswoning’ is al fout”

De samenleving verandert. Er worden nu met name eengezinswoningen en één-, twee- of driekamerappartementen gerealiseerd. Maakt de traditionele eengezinswoning in de toekomst plaats voor andere type woningen? Jan Latten denkt van wel. “Het woord ‘eengezinswoning’ is al fout. Het is gewoon een woning en die kan voor een eenling, een koppel, een gezin zijn. Onze eigen levens transformeren. Waar ligt de duurzame behoefte?” zegt hij. “Het aantal gezinnen neemt af en het aantal alleenstaanden neemt toe. Meer singles betekent meer behoefte naar kleinere woningen of het delen van faciliteiten, zoals een gedeelde wasruimte. Het is geen ultieme wens, maar het moet gewoon, want in je eentje verdien je minder dan met z’n tweeën.” Jan Fokkema benadrukt dat de eengezinswoning niet verdwijnt: “Elk jaar komen er nieuwe huishoudens bij, die een gezinnetje willen vormen en die graag in een eengezinswoning willen wonen. We moeten eengezinswoningen dus zeker niet vergeten.”

“Mijn kinderen gaan niet contactloos door het leven, zij doen het gewoon anders”

Individualisering neemt toe. Het gebruik van social media en het groeiend aantal huishoudens zijn daar voorbeelden van. De toename van het individualisme leidt tot een verlies aan sociale cohesie. Nanne de Ru: “Het is een stelling van alle tijden. De stad moet wel inclusief blijven.” Aanpassingen in het openbaar gebied en het creëren van ruimte voor ontmoeten zijn belangrijk, maar ontmoeten vindt niet alleen in openbaar gebied plaats. Denk bijvoorbeeld aan gedeelde ruimtes in gebouwen, zoals een gezamenlijke woonkamer. Het gaat dan ook om de combinatie van verduurzamen in technische zin met sociale innovatie. Jan Latten: “Zo moeten we straks oppassen voor een asociale samenleving, die gasloos is.” Patrick Joossen geeft een tegengeluid: “Ik heb niet het idee dat mijn kinderen contactloos door het leven gaan, zij doen het gewoon anders.”

Waar is de balans?

Vanuit de overheid sturen we op vermenging van bevolkingsgroepen. Aan de andere kant: zorgen niet juist meer gelijkgestemden bij elkaar voor een fijne leefomgeving? Henk Twisk: “Als gemeente heb je een probleem als bepaalde groepen zich concentreren in een buurt. Ik geloof dat het bij elkaar brengen van sociale huur-, middel dure huur- en andere soorten woningen, helpt in het versterken van een wijk. Ook Jan Bruil gelooft hierin: “Er zijn regels en een visie nodig om die menging te bewerkstelligen. Dat is een verantwoordelijkheid van de overheid.” Maar wat vindt de klant belangrijk? Jan Latten: “Individuele belangen zijn anders dan collectieve belangen. 30% van de bevolking zegt menging belangrijk te vinden tegenover 60% van de professionals. Als je elkaar vindt op leefstijl, dan woon je in een buurt waar je je prettig voelt. Laat je de mensen hun gang gaan, dan ontstaat segregatie. Belangrijk is: waar is de balans?”

Verandering zit in de mensen

We staan samen voor een verduurzamingsopgave. In 2030 willen we de klimaatdoelen van Parijs gehaald hebben, er moeten een miljoen extra woningen gebouwd worden en in 2050 willen we een circulair draaiende economie hebben. Dat betekent veel voor de bestaande omgeving. Jan Fokkema: “Samen hebben we een routekaart opgesteld om te komen tot 1 miljoen nieuwe woningen in 2030. Maar we moeten onze ogen niet sluiten voor hoe ingewikkeld dat is. Hebben we er niet 2 miljoen nodig in plaats van 1 miljoen, door ontwikkelingen in de samenleving? En kan onze samenleving dat aan?”Patrick Joosen: “Verandering zit in de mensen, niet in de stenen die we stapelen. Bewustwording op deze onderwerpen is belangrijk. Hoe draag je daaraan bij? Hoe kun je het vliegwiel zijn? Hoe word je het steentje in de vijver, dat beweging op gang zet? Ik kan niet alles oplossen, maar ik kan wel dat steentje zijn.”

Aan tafel zaten: Robin Berg (We Drive Solar), Jan Bruil (Bouwinvest), Jan Fokkema (NEPROM), Annemarie Jol (Van Wijnen), Patrick Joosen (BPD), Jan Latten (Universiteit Amsterdam), Henk Twisk (gemeente Delft) en Nanne de Ru (RED Company).