Van voormalig bedrijventerrein naar een stedelijke, dynamische plek

In het midden van de stad Delft, aan de Mercuriusweg en de Industriestraat vind je de bouwplaats van INK waar Van Wijnen 80 koopappartementen en 75 huurstudio’s realiseert in een dynamisch woon- en werkgebied. Doordat de woonoppervlaktes uiteen lopen is INK geschikt voor een brede doelgroep. We gingen in gesprek met Laurens Engelbrecht (Adviseur Stedenbouw bij de gemeente Delft), Mark Graafland (Bureau Kroner Architecten) en Martijn Bus (projectontwikkelaar bij Van Wijnen) over de totstandkoming van dit project.  

van-voormalig-bedrijventerrein-naar-een-stedelijke-dynamische-plek

Waar het begon
“Op het kleinschalige bedrijventerrein bevindt zich een loods en in 2014 werd ik door de eigenaar benaderd”, begint Mark Graafland. “Hij vroeg Bureau Kroner Architecten een studie te maken naar de mogelijkheden voor de herontwikkeling van deze locatie. Dat betrof destijds zowel de loods als het naastgelegen parkeerterrein, waar nu gebouwd wordt.”

“In die periode zaten we middenin een crisis. De ontwikkeling van de nabij gelegen spoorzone was nog niet in gang gezet en daardoor had dit gebied nog geen potentiële waarde. Naarmate het traject vorderde krabbelden we op uit de crisis. De ontwikkeling van de spoorzone werd opgepakt en daarmee werd het voormalig bedrijventerrein rondom de Mercuriusweg steeds waardevoller.”

“Er lag een ontwikkelplan voor de Spoorzone, maar dit was nog niet het geval voor het naastgelegen bedrijventerrein. Na diverse studies en verkenningen met de gemeente heeft de toenmalige eigenaar begin 2016 Van Wijnen benaderd om de locatie van het parkeerterrein en aangrenzende loods als één project te ontwikkelen. Waarbij Van Wijnen verantwoordelijk zou zijn voor de nieuwbouwontwikkeling op het parkeerterrein en de eigenaar voor de nieuwe invulling van de loods.”

Martijn Bus vult hierbij aan: “toen we eenmaal begonnen met het uitwerken van plannen, kwamen we al snel tot de conclusie dat er voor dit gebied een stedenbouwkundig kader ontbrak. Martijn Bus vult hierbij aan: “toen we eenmaal begonnen met het uitwerken van plannen, kwamen we al snel tot de conclusie dat er voor dit gebied een stedenbouwkundig kader ontbrak. Daarom organiseerden we in nauwe samenwerking met de gemeente een drietal workshops waarbij, naast de diverse afdelingen van de gemeente, Bureau Kroner architecten, Van Wijnen als ontwikkelaar, de ontwikkelaar en architect van het naastgelegen perceel Mercury en de ontwikkelaar en architect van het project Poortmeesters in de spoorzone werden uitgenodigd om mee te denken over een visie voor dit gebied. We bundelden kennis en kunde van alle partijen en verkregen inzicht in elkaars belangen. Hierdoor konden we aan de hand van maquettes en tekeningen gezamenlijk richting bepalen voor de ontwikkeling van het gebied, grenzend aan de spoorzone.”

“Je merkt dat de workshops een hele andere dynamiek geven dan wanneer er vanaf de tekentafel een plan wordt gemaakt. De workshops hebben echt geholpen om tot een gezamenlijke visie voor dit gebied te komen.”

Mark graafland – bureau kroner architecten


“De gemeente Delft had inderdaad geen vastgesteld visiedocument maar wel ideeën bij dit gebied”, vertelt Laurens Engelbrecht. “Deze locatie ligt langs een belangrijke oost-westverbinding voor fietsverkeer. De route verbindt de TU campus met het westelijke deel van de stad en stond al langer als ‘langzaam verkeersroute met ecologische kwaliteit’ in de diverse visies. Door markt initiatieven als INK en Mercury ontstaat dan de mogelijkheid deze route vanaf het Poptapark tot aan de TU campus ook aan te pakken. Met het vergroenen is een waardevolle en duurzame groenverbinding aan de stad toegevoegd. De hele straat is ingericht voor fietsers. Automobilisten mogen er nog wel komen, maar zijn te gast.”

“Als gemeente was dit gebied geen ‘project’. Onze primaire focus is de samenhang tussen gebieden en ontwikkelingen bewaken en in 2016 natuurlijk de ontwikkeling van de aangrenzende Spoorzone. Initiatieven vanuit de markt hebben in dit gebied geleid om vroegtijdig over de grenzen van de primaire ontwikkelgebieden heen te kijken en tijd en mensen vrij te maken om onze regierol als gemeente in te kunnen vullen.”

Een dynamisch proces
“Maar met een visie alleen ben je er nog niet”,  zegt Martijn. “Ook hier hebben we te maken gehad met diverse soms onverwachte wendingen in het proces waar je dan weer gezamenlijk op in moet spelen om koers te houden. De onverwachte verkoop van de loods is daar één van. De aankopende partij bleek andere plannen te hebben met de loods dan op gemeentelijk niveau wenselijk en mogelijk werd geacht. Tot op de dag van vandaag is de huidige eigenaar op zoek naar een passende invulling die er op termijn zeker gaat komen.”

“Iets wat daarvoor terugkwam was een mooie samenwerking met onze ‘buurman DPI’ aan de Neringstraat. Samen met Bureau Kroner en Wim de Bruijn Architecten hebben we het voor elkaar gekregen een kwalitatief hoogwaardig en integraal plan te ontwikkelen, passend op de stedenbouwkundige visie. Nu realiseren we naast de 80 appartementen voor INK ook de 75 studio’s voor DPI op een gemeenschappelijke parkeergarage”, sluit Martijn af.

“Vroeger was in de naastgelegen loods een lichtdruk papierfabriek gevestigd. De naam van het project werd INK en dat verwijs natuurlijk terug naar de geschiedenis van de fabriek.”

mark graafland – bureau kroner architecten

Inspiratie uit Chicago en New York
Mark Graafland vertelt over de totstandkoming van het architectuurbeeld: “De jaren 60-loods en het naastgelegen kantoorgebouw, het Atlasgebouw, zijn de inspiratiebron voor het architectuurbeeld geweest en daarmee ook voor de identiteit van het project. Zowel het pand als het dak zijn bijzonder. Dit is voor ons als architecten een mooie aanleiding om terug te verwijzen en in de nieuwe architectuur te zoeken naar een beeldentaal die daarbij aansluit.”  “De stoere industriële uitstraling van betonframes waar metselwerk in zit hebben we als uitgangspunt genomen voor dit gebied. Dat zie je ook in de industriële pakhuisarchitectuur zoals we die kennen in Chicago en New York uit het begin van de 20e eeuw. Die architectuur hebben we dan ook als inspiratiebron gebruikt. Dat is terug te zien in de grote ramen met slanke kozijnen en dunne roedes in donkere kleuren. Doordat er veel licht binnen komt, krijg je automatisch dat loftgevoel.”

Meer dan bouwen