Van Wijnen bouwt vier woningen op basis van een houten casco in Oudenbosch

13-07-2026 09:54
Afgelopen mei startte Van Wijnen in Oudenbosch (West-Brabant) met de bouw van vier woningen in de wijk Groene Vaart. Door het toepassen van onder andere CO₂-arm beton, hout en vlas hebben de tweekappers, volgens de huidige ontwerpberekeningen, een MPG-score die 42% lager is dan de wet voorschrijft. ± 30% van het totale gewicht van de woningen bestaat uit hernieuwbare, secundaire of hergebruikte materialen
Het project wordt ontwikkeld door Van Wijnen Projectontwikkeling Zuid en gebouwd door Van Wijnen Breda. Vanaf de eerste schets stond één vraag centraal: welke materiaalkeuzes hebben de grootste invloed hebben op materiaalgebruik en CO₂-uitstoot en hoe kunnen we deze verlagen zonder concessies te doen aan kwaliteit en wooncomfort?
Mét succes, want uit voorlopige berekeningen volgens de MPG-methodiek (Milieuprestatie Gebouwen: een rekenmethode die de milieubelasting van materialen in een gebouw uitdrukt) blijkt dat de woningen naar verwachting een MPG-score van ± 0,46 behalen (ter vergelijking: de wet schrijft voor dat deze maximaal 0,8 mag zijn).
Daarnaast is in het ontwerp gestuurd op een Paris Proof-indicator (een maat voor de totale CO₂-uitstoot van een gebouw tot aan oplevering). Voor de woningen in Oudenbosch ligt deze onder de 160 kg CO₂ per m² bruto vloeroppervlak (ter vergelijking: ‘Het Nieuwe Normaal 1.2’ bestempelt een waarde van 200 kg CO₂ per m² als ‘ambitieus’ voor een grondgebonden woning).
Materiaalkeuzes vanaf de eerste schets doorgerekend
“Een lage milieu-impact was vanaf het begin het uitgangspunt,” vertelt Bart Triep, specialist duurzaamheid bij Van Wijnen. “Vanaf de eerste schets is het ontwerp geoptimaliseerd. Elke materiaalkeuze hebben we kritisch beoordeeld op milieu‑impact én op praktische toepasbaarheid, met een houten casco als basis.”
Daarbij is bewust gekozen voor een brede benadering. Bart: “Bij Van Wijnen bouwen we met hout én met beton. In dit project zetten we waar mogelijk in op materialen op basis van hernieuwbare grondstoffen, zoals hout en vlas. Voor onderdelen waar beton nodig is, zoals de fundering en beganegrondvloer, is gekeken naar varianten met een lager aandeel primaire grondstoffen en een lagere berekende CO₂-impact. In alle gevallen geldt dat we het materiaalgebruik zo veel mogelijk beperken.
Volgens de berekeningen resulteert dat voor deze woningen in een MPG-score van circa 0,46 en een Paris Proof-indicator van <160 kg CO₂ per m² bruto vloeroppervlak.”
Van ambitie naar maakbare keuzes
In de voorbereidingsfase speelden projectleider Erik Willemse en werkvoorbereider Nina Zweers een belangrijke rol bij het concreet maken van deze keuzes. Erik Willemse, projectleider bij Van Wijnen Breda: “Per onderdeel hebben we afgewogen wat het effect is op de berekende milieu-impact, en tegelijk gekeken of het uitvoerbaar is op de bouwplaats en past binnen planning en budget. Die balans tussen impact, kwaliteit en maakbaarheid hebben we in elke stap opnieuw gezocht.”
Bewuste materiaalkeuzes met zichtbare impact
Het projectteam richtte zich bij de materiaalkeuzes vooral op CO₂‑impact en het gebruik van primaire grondstoffen. Daarbij hebben wij vooral de grootste ‘veroorzakers’ onder de loep genomen, wat heeft geleid tot duidelijke keuzes met aantoonbare impact. Uiteindelijk bestaat 30% (massapercentage) van de woning uit hernieuwbaar, secundair of hergebruikt materiaal.
Houtskeletbouw (HSB) voor bovenbouw
De woningen worden opgebouwd met HSB-elementen (Houtskeletbouw: een bouwmethode waarbij een houten frame de dragende constructie vormt) voor zowel wanden als verdiepingsvloeren. Hierdoor wordt het gebruik van zwaardere materialen zoals beton en kalkzandsteen beperkt.
Beganegrondvloeren met secundair zand
Voor de beganegrondvloeren werken we samen met Dycore. Zij leveren ‘groene’ ribbenvloeren conform het ‘Betonakkoord’ met een CO₂-uitstoot van 180 kg/m³. Deze vloeren bevatten minimaal 25% secundair zand (hergebruikt materiaal uit bijvoorbeeld sloopafval). Dycore onderzoekt of dit aandeel verder verhoogd kan worden.
Fundering met gereduceerd materiaalgebruik
Waar mogelijk is gekozen voor holle funderingsbalken van IJB. Hierdoor wordt het materiaalgebruik met circa 10% verlaagd ten opzichte van een reguliere funderingsbalk. De funderingspalen bevatten daarnaast 30% betongranulaat (gerecycled beton) en 40% secundair zand.
Gevelsteen met minder materiaalgebruik
Door toepassing van een slankere 65mm gevelsteen (de EcoBrick) wordt het materiaalvolume per m² gevel verminderd. Dit leid tot 35% minder materiaalgebruik ten opzichte van een standaard steenformaat met een dikte van 100mm.
Hernieuwbare isolatie in wanden en daken
In wanden en daken worden isolatiematerialen toegepast op basis van hernieuwbare grondstoffen (materialen die opnieuw kunnen aangroeien, zoals houtvezel en vlas).
Thermisch verduurzaamd hout aan de gevel
De gevels worden afgewerkt met thermisch verduurzaamd hout. Dit is hout dat door verhitting is behandeld, waardoor het zonder chemische middelen beter bestand is tegen vocht en schimmels.
Hergebruikte dakpannen
De dakpannen worden geleverd door Luijtgaarden, specialist in hergebruikte dakpannen. De woningeigenaren ontvangen hiervoor een garantiecertificaat.
Alternatieve binnenwanden
In de woningen worden verschillende typen binnenwanden toegepast met een vulling op basis van hernieuwbare grondstoffen. Voorbeelden zijn gipswanden met kartonstucprofielen en systeemwanden van BIA en Faay (prefab wandsystemen die snel te monteren zijn).

Project met waarde voor de toekomst
“Met het project Groene Vaart verdiepen en verbreden we onze kennis en ervaring met materiaalkeuzes die het gebruik van primaire grondstoffen en de berekende milieu-impact kunnen beperken,” zegt Bart. “Door binnen dit project keuzes te verfijnen en prestaties te monitoren, bouwen we stap voor stap meer inzicht op. Die inzichten passen we direct toe in volgende projecten. Zo werken we bij Van Wijnen gericht verder aan woningen met een lagere milieu-impact.”